Wanneer spreken niet meer kan
Spraak. Het is één van de meest mooiste giften van het leven. Het leren van nieuwe moeilijke woordjes wanneer we kind zijn en later, wanneer we zelf al ouder zijn, deze woordjes zelf aanleren aan onze eigen kinderen. Zo was mijn mama bijvoorbeeld vastberaden om mijn broertje en mij de woorden ‘perforator’ en ‘nietjesmachine’ te laten vocaliseren.
Al deze woorden die we aanleren gebruiken we in het dagelijkse leven om te communiseren. Om onze gevoelens uit te drukken, een zakelijk gesprek te voeren of om een verhaal voor te lezen. Mensen staan er vaak niet bij stil wat voor een gift de kunst van het spreken is. Tenminste, tot dat zijzelf of iemand in hun omgeving wordt getroffen door de vloek van het stilzwijgen.
In Tom Lanoye’s boek ‘Sprakeloos’ vertelt hij het verhaal van zijn moeder die als amateuractrice zowel op de planken als in haar eigen huishouden de meest uiteenlopende rollen aankon. Discussieren met haar kroost en haar man was één van haar geliefkoosde hobbies waarin ze elke slag en elke oorlog won.
Net zij wordt getroffen door een beroerte die haar spraak haast helemaal wegneemt. De vrouw die zowel in het Nederlands, Engels als Frans haar zegje kon doen en daarmee soms zelf twee stenen kon doen vechten, was nu gedoemd tot brabbelen en het produceren van een talen brokenpap.
Eén van Lanoye’s tantes werd dement toen hij nog maar een kleine jongen was. Zijn moeder ging haar af en toe bezoeken in de instelling waar haar zus verbleef. Wanneer ze dan terugkwam naar huis deed ze haar hele kroost beloven dat wanneer zijzelf ooit zou worden veroordeeld tot het leven van een schim van de persoon die ze nu was, ze er meteen een einde aan moesten maken.
Toch duurt het een tweetal jaar vooraleer haar gezin haar kan laten gaan. Deze beslissing is moeilijk om te nemen, ookal is ze erzelf al lang mee akkoord. Lanoye maakt dan ook de volgende bedenking: ‘Misschien kan liefde maar één ding echt. Uit liefde doden.’. Samen met zijn broers en zussen besluit hij dat het inderdaad genoeg is geweest. Langzaam werpt de duisternis zijn schaduw over hun moeder en zonder pijn wordt ze naar het hiernamaals gevoerd.
‘Sprakeloos’ gaat natuurlijk niet alleen over de aftakeling en de dood van zijn moeder. Lanoye gaat vaak terug naar zijn jeugd en verhaalt annekdotes van zijn oude dorp en iedereen die er woonden. Op het eerste zicht lijkt zijn schrijfstijl nochal chaotisch met zijn elle lange zinnen, honderden bijvoegelijke naamwoorden die elke scene tot in het detail beschrijven, de vele afdwalingen die hij maakt en het overgebruik aan komma’s.
Het is daarom ook even aanpassen als lezer maar al snel ontdek je dat zonder deze elle lange zinnen, honderden bijvoegelijke naamwoorden, de vele afdwalingen en het overgebruik aan komma’s er eigenlijk geen verhaal zou zijn om mee te beginnen. Al deze aspecten maken het verhaal tot een verhaal van Tom Lanoye.
Toegegeven, deze schrijfstijl frustreerde mezelf in het begin ook enorm. Soms leek het alsof je terplaatse bleef trappelen inplaats van een verhaal te lezen. Maar na een tijdje veranderde de frustratie bij mij in enthousiasme. De afdwalingen die hij maakt naar zijn jeugd maken het verhaal, dat eigenlijk een beetje een zwaar onderwerp torst, luchtiger en ook aangenamer om te lezen. De annekdotes van de vele dorpsfiguren brachten meer dan eens een glimlach op mijn gezicht door de droge humor die hij hier en daar gebruikte.
Omdat het boek autobiografisch is, is het dan ook makkelijk te koppelen aan het hedendaagse leven van ieder wie het leest. De rare karikaturen van de dorpsbewoners zijn hier en daar te linken aan een persoon in ons eigen leven, alsook de relatie tussen vader, moeder en de kinderen. Ook de gebeurtenis van het verliezen van een ouder is nogal actueel voor mij. Mijn papa is namelijk een klein jaar geleden overleden. De emoties die Lanoye dan ook beschrijft in het begin van het boek waar hij vertelt dat hij zo vaak het schrijven van ‘Sprakeloos’ op de lange baan had geschoven, zijn zeer herkenbaar.
In het begin is het enorm moeilijk om terug te denken aan de persoon die je verloren hebt zonder in tranen uit te barsten. Want de enige momenten die je dan in je geest kan oproepen zijn de laatste momenten van die persoon, maakt niet uit of de persoon aan het aftakelen was en pijn had zoals in Tom Lanoye’s geval of hoe plots het gebeurde, zonder enige waarschuwing, zoals in mijn geval.
Later, enkele maanden (of in sommige gevallen enkele jaren), slagen we erin om het verlies een plaats te geven in ons leven. Nu ja, plaats… Het zal altjd een uitdrukking blijven die nooit honderd procent klopt, maar toch blijven we hem gebruiken. Wanneer we nu terugdenken aan deze persoon, worden er andere beelden gezien door ons geestensoog. Beelden uit ons verleden. Leuke herinneringen en annekdotes. Genoeg om een boek vol afdwalingen mee te vullen want de afdwalingen maken nu eenmaal het verhaal. De persoon die je bent op het einde van je leven is nu eenmaal niet de persoon die je was in datzelfde leven.
Waardoor het boek ook makkelijker te plaatsen is in het leven van de lezer is het taalgebruik. De allom bekende en overgebruikte ‘gij’ uit de tussentaal alsook rasecht dialect. Het is geschreven zoals de mensen in het dagelijkse leven spreken en om spreken draait dit boek, niet? Op de cover preikt tenslotte een foto van Tom Lanoye’s moeder. We kunnen als het ware een gezicht bij de beschrijving van vele woorden plakken. Het maakt haar echt, tastbaar. Ook voor de lezer die nog nooit iemand heeft moeten afstaan aan de hogere machten.
Voordat ik het boek las, had ik het gevoel dat het niet echt mijn ding zou zijn. Ik lees namelijk het liefste fantasy en sci-fi plus… Het aantal boeken van Nederlandse schrijvers in mijn privé bibliotheek valt ook op één hand te tellen. Toch heeft het boek me aangenaam verrast. De schrijfstijl was eens wat anders dan ik gewend ben alsook het verhaal dat onder de categorie waargebeurd valt. Dit verhaal was de moeite om geschreven te worden maar zeker en vast ook om gelezen te worden.