De leesmicrobe
Met het begin van het schooljaar komt de winter steeds dichter en deze brengt allerei epedimieën met zich mee. Denk maar aan de vele mensen met een verkoudheid of de griep. Om deze te genezen bel je gewoon naar de dokter die je dan één of ander medicijn voorschrijft. Maar ik, ik heb een ‘ziekte’ waarvoor geen medicijn bestaat. Ik ben namelijk getroffen door de leesmicrobe en dat al vele jaren.
Als je naar mijn familie kijkt is dit niet echt een verrassing. Twee van mijn nichten, één van mijn mama haar broers en mijn mama natuurlijk zelf hebben in de tussentijd al zoveel boeken verzameld dat ze haast een eigen bibliotheek zouden kunnen beginnen. En ja, ook ik heb ondertussen al een aardige hoeveelheid van boeken bij elkaar gespaard. De boekenkasten bij me thuis puilen uit van de boeken en de boekenplanken buigen langerzamerhand ook al door van het gewicht. Toch is het haast onmogelijk voor me om een boekenwinkel binnen te wandelen en zonder iets buiten te komen wat trouwens ook een familiekwaal blijkt te zijn.
Mijn allereerste boek was ‘De tocht van de Argonauten’ die ik kreeg toen ik een jaar of zes was. Mama besloot dat het tijd was voor mijn eerste bezoek aan de Fnac in Leuven en dit is waar ik dan ook op dit leuke boek vol korte verhalen uit de Griekse mythologie botste. ‘De tocht van de Argonauten’ heeft nog altijd een vaste plek in mijn boekenkast en ook mijn jonger broer heeft hem al van voor naar achter en andersom gelezen.
Aangezien mijn mama zelf het liefst fantasy en sience fiction leest, heb ik dit genre al van in het begin overgenomen. Verhalen met draken, ridders, heksen, feeën, andere werelden… Voor mij is lezen een escaperoute naar een leven weg van de realiteit. Ik lees om me te ontspannen maar ook om bij te leren. Ik schrijf namelijk zelf ook veel en het is wel interessant om dan de schrijfstijlen en schrijfonderwerpen van andere schrijvers te ontdekken.
Wanneer ik zelf schrijf haal ik dan ook inspiratie uit verhalen die ik heb gelezen maar ook uit tv-programma’s uit het verleden en het heden. Zo was ik een grote fan van de Power Rangers toen ik klein was en zelfs nu kijk ik nog mee naar de nieuwe afleveringen samen met mijn jonger broer die een lichte vorm van autisme heeft. Van een serie zoals de Power Rangers heb ik geleerd dat eens je een goede basis hebt, je op deze altijd kan verder bouwen. De mix van het oude vertrouwde met die nieuwe inbrenging maakt dat er altijd wel een publiek te vinden is voor het verhaal dat je vertelt. Je moet het alleen wel goed vertellen natuurlijk.
Nog zo iets dat uit mijn kindertijd me is bijgebleven zijn de sprookjes van Grimm. Zelfs nu op de leeftijd van bijna negentien ben ik nog altijd bezeten van de sprookjeswereld die de broeders Wilhelm en Jacob Grimm hebben gecreërd. Assepoester, Roodkapje, Vrouwe Holle, het Blauwe Licht,… Allemaal hebben ze de revu gepasseerd en ik lees ze nu nog altijd graag eens opnieuw. En nee, daar bedoel ik dus echt niet alleen het voorlezen ervan aan de kinderen van mijn neven en nichten mee.
En niet alleen het geschreven sprookje is de laatste tijd populair en tijdloos. Denk maar aan de film ‘The Brothers Grimm’ met Heath Ledger en Matt Damon of de recentere producties van ‘Red Ridinghood’ en ‘Snowwhite and the Huntsman’. Ook in tv-series worden de Grimmsprookjes vaak als uitgangspunt gebruikt zoals in de soft-horror reeks ‘Grimm’. Al zijn deze Hollywoodproducties met hun vele special effects heel spectaculair, toch kunnen ze in mijn opinie niet tippen aan de boeken. Deze nodige de lezer nog altijd meer uit om zijn eigen verbeelding te gebruiken en zo zelf mee vorm te geven aan het verhaal.
In het middelbaar kwamen dan de opgelegde boeken die meestal naar de waargebeurde sectie van de romans neigden. Dat eerste verplichte boek was een grote struikelblok. Tot ik eraan begon. Oké, het was inderdaad niet mijn stijl, maar het verhaal zat goed in elkaar.
Stilletjes aan begon ik af en toe – toegegeven, meestal in schoolverband – af te wijken van mijn oude vertrouwde fantasyweg en stelde me ook open voor andere literatuurstijlen. Ik begon ook meer terug te grijpen naar de klassiekers zoals Shakespeare maar ook de verhalen van Sherlock Holmes door Sir Arthur Conan Doyle staan nog op mijn verlanglijstje.
Het boek dat me het meeste is bijgebleven van mijn loopbaan in het secundair onderwijs was er eentje dat eigenlijk niet op onze leeslijst stond maar dat we wel hebben besproken in de les aan de hand van een fragment uit ons handboek: ‘De mensheid zij geprezen’ van Arnon Grunberg. Onze leerkracht gebruikte dit fragment als introductie voor de theorie van de redevoering. Meteen was ik een fan van zijn schrijfstijl en woordgebruik. In zijn boek vertelt hij de waarheid over de mens zonder dat het als een beschuldiging klinkt en dit is nogal een prestatie als schrijver. Tenminste, in mijn opinie.
Een boeken top drie kan ik niet echt opstellen omdat ik te graag lees om er maar drie uit te pikken. Met auteurs heb ik net hetzelfde probleem. Ik lees graag Shakespeare, Christopher Paolini, L.J. Smith, J.K. Rowling, Mary Hoffman en ik kan zo nog wel even doorgaan. Plus dan heb ik het alleen nog maar over proza, want ook gedichtenbundels kunnen me bekoren. Maar ookal is mijn lijst van auteurs alsook die van boekentitels al behoorlijk lang, dat betekent niet dat er geen namen meer bij kunnen.
Een mens stopt pas met leren wanneer hij sterft en hetzelfde gaat voor lezen. Ik sta open voor nieuwe boeken geschreven door pas beginnende auteurs maar ook voor de oude klassiekers waarvan de auteurs nu lijken te spreken vanuit hun graf. Daarom ook mijn motto:
‘If you want to learn, read.
If you want to understand, write.
If you want to master, teach.’.