‘The truth belongs to God, the mistakes were mine…’.
In de Engelenmaker van Stefan Brijs betreedt de schrijver een ‘taboe’ pad die niet vele durven te bewandelen. Het pad van: klonen.
Doktor Victor Hoppe keert terug naar zijn geboortedorp Wolfheim. De dokter heeft nooit echt goed gelegen bij de dorpsbewoners die al vanaf zijn geboorte ervan overtuigd zijn dat het Kwaad in hem schuilt. Het bewijs daarvan vinden zij namelijk in zijn rode haren en zijn hazenlip. De verrassing is dan ook groot wanneer de dokter na jaren terugkeert naar het dorpje dichtbij het Drie-landenpunt. Deze verrassing wordt zelfs nog groter wanneer dokter Hoppe uit de taxi stapt met een grote draagmand met drie baby’s in.
Hun rode haren en hazenlip wijzen meteen dat ze genetisch gelinkt zijn met de dokter. Hij stelt ze dan ook voor als zijn zonen: Michael, Gabriël en Rafaël. De namen van de drieling zijn meteen te linken naar de titel aangezien ze vernoemd zijn naar de aartsengelen.
Met de drieling lijkt echter iets vreemd aan de hand. Zo kunnen ze al spreken op amper enkele maanden tijd en blijken ze uiterst intelligent. Alleen hun fijne motoriek lijkt zich maar moeilijk te ontwikkelen.
In deel twee leert de lezer de reden hiervan. Michael, Gabriël en Rafaël zijn klonen van de dokter zelf. Alleen is er een fout in hun gentische code die ervoor zorgt dat ze zeer snel verouderen. De drieling is dan ook vaak ziek en de dokter weet al zeer snel dat zijn zonen niet lang zullen verblijven op aarde.
Wanneer de draagmoeder van de drieling opduikt, is Michael al gestorven en vindt ze de andere twee in een niet veel betere staat in hun slaapkamer. Dokter Hoppe echter lijkt al afscheidt te hebben genomen van V1, V2 en V3 zoals hij de drieling noemt. Tijdens een discussie grijpt de vrouw naar een scalpel en haalt de dokter zijn zij open.
Ondertussen wordt de dove Gunther Werber aangereden door een bus en sterft aan zijn verwondingen. Wanneer dokter Hoppe zijn ouders gaat bezoeken om hen te condoleren vraagt hij of hij het lichaam van hun dode zoon mag zien. Hij snijdt Gunther zijn teelballen af met de bedoeling om dit genetisch materiaal opnieuw te gebruiken als zijn tweede kloonexperiment. Het plan van de dokter komt tot stand wanneer de moeder van Gunther in een depressie sukkelt en de dokter haar en haar man aanraadt om opnieuw te gaan voor een kind. Dokter Hoppe belooft dat hij het genetisch materiaal zo kan manipuleren dat hij de kans op een doof kind kan wegwerken. Dit lukt echter niet. Maar toch plant hij de embryo’s in. Aangezien hij de wonde in zijn zij heeft opengehouden geeft dit al ergens weg dat hij opnieuw met zijn eigen genetisch materiaal aan de slag is gegaan.
De ontknoping van het verhaal gebeurt wanneer er tijdens de bedevaart naar La Chapelle met Lothar Weber en de priester voorop het lichaam van Victor Hoppe aantreffen genageld aan het kruis. Ondertussen brandt ook het huis van de dokter af. De lezer weet dat de dokter dit zelf op zijn geweten heeft, de dorpsbewoners verdenken echter de vreemde vrouw ervan.
In de epiloog komen we erachter dat Vera en Lothar Weber een jaar later een zoon hebben gekregen die ze Izaak noemen. Izaak is niet doof maar heeft wel een hazenlip. Opnieuw weet de lezer het fijne achter deze hazenlip terwijl de dorpelingen deze hazenlip wijten aan bijgeloof. Zo denken zij namelijk dat wanneer een zwangere vrouw schrikt, zoals Vera had ervaren toen ze samen met de anderen geconfronteerd werd met het dode lichaam van Victor Hoppe, het kind zal geboren worden met een hazenlip.
Wat ik bijzonder leuk vond aan het boek en ook wel best verrassend is het feit dat de lezer op het einde alle informatie heeft terwijl de dorpelingen nog altijd in het ongewisse blijven.
Het feit dat het boek is opgedeeld in drie delen maakt het ook wat spannender. Na deel één blijft de nieuwsgierigheid bij de lezer groot omdat hij wat op zijn honger blijft zitten. Deel twee is namelijk één grote flashback van Victor zijn jeugd en zijn beginnende carrière in de embryologie en het klonen.
Pas in deel drie vind ik persoonlijk dat de drive van het verhaal terug op gang komt. Vanaf dan ondervond ik het boek echt als een pageturner wat ik niet echt had verwacht. Ondanks dat het boek al vele lovende recensies had ontvangen was ik er toch niet honderd procent van overtuigd dat het iets voor mij zou zijn. Na het lezen van het boek moet ik toch toegeven dat ik meer dan eens op het puntje van mijn stoel zat en me moet aansluiten met de recensies. De strijd tussen Goed en Kwaad is aanwezig maar op een manier die je niet zou verwachten en de verwijzingen naar de Bijbel zijn duidelijk maar toch niet storend.
Voor wie houdt van een verhaal met een duister psychologisch kantje met een niet zo happy-end is ‘De Engelenmaker’ zeker een aanrader. Wat wees nu eerlijk… Wat is er nu leuker dan op de bank te kruipen met een spannend boek terwijl het buiten typisch Belgisch winterweer is?